De jas wacht op de golven, de hoed op de wind. Aan de rand van de zee staat een kapstok, alsof iemand zijn lichaam heeft achtergelaten om achter de horizon te verdwijnen.
De jas wacht op de golven, de hoed op de wind. Aan de rand van de zee staat een kapstok, alsof iemand zijn lichaam heeft achtergelaten om achter de horizon te verdwijnen.